De Arbeidsomstandigheden wet (ARBO) en uw vereniging

De ARBO wet heeft bij veel koren vraagtekens opgeroepen. In dit artikel gaat Gerard Klanderman, die op dit gebied deskundig is, nader in op deze materie en de recente wijzigingen die voor uw koor van belang zijn.

Inleiding

Het doel van de wet is het bevorderen van goede arbeidsomstandigheden op de werkplek.De wet is vooral bestemd voor situaties waarbij er sprake is van een zuivere arbeidsverhouding d.w.z. werkgever ­– werknemersverhouding.
Hierin wordt t.a.v. de verplichtingen en regelgeving weer onderscheid gemaakt in aantallen werknemers m.b.t. de Risico Inventarisatie- en Evaluatie (RI&E) en de preventie medewerker.

  • meer dan 25 werknemers
  • tot 25 werknemers
  • tot 10 werknemers
  • bedrijven waar ten hoogste 40 uur arbeid per week wordt verricht

De ARBO-wetgeving heeft dus voor een aantal groepen “werkgevers” spelregels vastgesteld.

Het KNZV en de ARBO wet
Binnen de organisatie KNZV  zullen we vrijwel steeds te doen hebben met de volgende situaties:

  • verenigingen waar ten hoogste 40 uur arbeid per week wordt verricht
  • verenigingen waar vrijwilligers een rol spelen

Voor deze twee groepen heeft de ARBO-wetgeving één- en dezelfde regelgeving vastgesteld:

Zorgplicht voor goede arbeidsomstandigheden d.m.v. een RI&E. Deze RI&E brengt de gevaren op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn binnen de organisatie in beeld. Systematisch wordt bekeken welke risico’s het “werk” kan meebrengen voor gezondheid,veiligheid en welzijn van de werknemer.

Deze RI&E voor déze twee groepen werkgevers behoeft in tegenstelling tot de andere groepen werkgevers, niet getoetst te worden door een daartoe gecertificeerde ARBO-dienst. Bovendien is de inhoud van de RI&E eenvoudiger van opzet dan deze voor de grotere werkgevers.
Vooruitlopend op wijzigingen van de Arbowet die in 2007 moeten ingaan, heeft staatssecretaris Van Hoof van SZenW een belangrijke wijziging per 15 maart 2006 in werking laten treden:
Organisaties waar vrijwilligers werken hoeven niet meer aan alle verplichtingen van de Arbowet te voldoen. Alleen de bescherming tegen zeer ernstige risico’s blijft gehandhaafd.
Een regel die vervalt is bijvoorbeeld de verplichting om een risico-inventarisatie en – evaluatie te maken. Naar aanleiding van dit besluit van de staatssecretaris volgt nu een samenvatting van de wijziging in de regelgeving voor vrijwilligersorganisaties:

Algemeen
Het terugdringen van de regel- en administratieve lastendruk.
Voor het vrijwilligerswerk is integrale toepassing van de Arbowetgeving, gelet op de gevaren enerzijds en de regeldruk anderzijds als disproportioneel te zien.
Vrijwilligers kunnen echter wel blootgesteld worden aan zeer ernstige gevaren, waardoor zij gezondheidsschade kunnen oplopen. Publieke regelgeving bij blootstelling aan ernstige risico’s is daarom van belang.
De zeer ernstige risico’s, Hoofdstuk 4 van het Arbobesluit, betreffende gevaarlijke stoffen en biologische agentia blijft integraal van toepassing.
De vrijwilligers organisaties wordt vrijstelling verleend van enkele verplichtingen uit de Arbowet. Het betreft:

  • de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E)
  • de samenwerking en deskundige bijstand
  • het arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Andere artikelen van de Arbowet blijven onverkort ook ten aanzien van vrijwilligers gelden.

  • de algemene zorgplicht in artikel 3 en 4
  • de verplichtingen inzake voorlichting en onderricht in artikel 8
  • en de verplichtingen van werknemers (artikel 11)

Voorlichting door de werkgever c.q. vrijwilligersorganisatie is van buitengewoon belang om de vrijwilliger op de hoogte te stellen van de risico’s die aan de werkzaamheden verbonden zijn, alsmede de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.

Verder zijn een aantal artikelen van het Arbobesluit niet meer van kracht voor de vrijwilligersorganisaties.
Wat wel blijft zijn o.a.:

  • veilige toegankelijk zijn van de arbeidsplaats, denk aan een podium,
  • vluchtwegen,
  • voorkomen van valgevaar, ladders/steigers enz.,
  • voorkomen getroffen te worden door voorwerpen, opgehangen doeken/borden enz.,
  • elektrische veiligheid,
  • voorkomen van fysieke over belasting, tillen van podiumstukken, piano enz.,
  • veilige hulpmiddelen gebruiken en een juist gebruik daarvan, let op een CE- markering en de daarbij behorende gebruiksvoorschriften.
  • Jongeren (< 18 jaar) behoeven speciale aandacht.

Conclusie/Advies
Gezien de nieuw in werking getreden wijzigingen in de Arbowet, zijn wij (zangkoor, regionale vereniging en verenigingsraad.) van veel administratieve ballast verlost!
Het blijft echter van groot belang dat besturen van verenigingen mogelijke gevaarlijke activiteiten goed in het oog blijven houden en daarmee passend dienen om te gaan richting de vrijwilligers die hieraan blootgesteld worden en/of mee omgaan.

Er is een publicatie van het ministerie van SZenW dat e.e.a. bevestigt. U kunt deze  hier ophalen.

Eibergen, maart 2006

 

 

 

Comments are closed.